Elk kwartaal publiceert DNB een nieuwe scenarioset. Daarna moeten voor elke pensioenregeling de URM-rekentabellen opnieuw worden gemaakt, gecontroleerd, beoordeeld en ingelezen. En iemand moet kunnen uitleggen waarom de bedragen in UPO en portaal zijn veranderd.
De rekenstraat maakt en controleert de tabellen in vaste stappen. Kritieke controles stoppen het proces bij een fout. U krijgt de tabellen, een verschillenrapport en de onderbouwing voor uw actuaris. Uw actuaris beoordeelt de uitkomsten. Uw organisatie besluit over het gebruik en leest de bestanden in.
Bij dezelfde fictieve starter gaf de kwartaalwissel twee verschillende uitkomsten. Met de gepubliceerde set van 20.000 scenario's steeg zijn verwachte pensioenbedrag van 2026Q3 naar 2026Q4 met 1,8 procent. Met de eerste 2.000 scenario's uit diezelfde set daalde het met 0,1 procent. De regeling en de grondslagen waren gelijk. Alleen het aantal gebruikte scenario's verschilde.
De AFM benadrukt dat deelnemers uitleg nodig hebben over de hoogte van scenariobedragen en waarom die ten opzichte van een eerdere weergave zijn veranderd (zie haar aandachtspunten voor scenariobedragen). Mijn voorkeur voor 20.000 scenario's onderbouw ik verderop met eigen metingen.
Bedoeld voor communicatieberekeningen: UPO, portaal en keuzebegeleiding. De rekenstraat volgt de uniforme rekenmethodiek voor de opbouwfase, voor FPR en SPR.
Deze levering is bedoeld voor communicatieberekeningen: het UPO, het portaal en keuzebegeleiding. Daarvoor noemt DNB een minimum van 2.000 scenario's. Berekeningen voor risicohouding, netto profijt en invaren vallen buiten deze levering.
De rekenstraat volgt de uniforme rekenmethodiek voor de opbouwfase, voor FPR en SPR. De regelingkenmerken en uitgangspunten werken we samen met uw actuaris uit. Ik verzorg de afstemming en leg de gemaakte keuzes vast. Vooraf spreken we af welke werkzaamheden binnen de prijs van de praktijkproef vallen.
Staffelpremies en eerbiedigende werking. De tabellen worden gemaakt op een vlakke premie. Bij een regeling met een progressieve premiestaffel, zoals eerbiedigende werking, past de toepassing die met de tabellen rekent een staffelfactor toe: de premie van de huidige trede gedeeld door de tabelpremie. Zo rekent de keuze-engine vandaag. Het meenemen van de latere treden tot de gekozen pensioendatum is in voorbereiding; de methode daarvoor is nog niet vastgesteld. Of deze benadering voor uw regeling volstaat, beoordeelt uw actuaris; het is geen vrijgegeven klantlevering. Een eigen inkoopgrondslag voor de vaste uitkering bouw ik als uw regeling erom vraagt.
De keuzes binnen de methodiek (percentielmethode, sterftegrondslag, inkoopgrondslag, kosten) staan in de aannamelijst en worden door uw actuaris beoordeeld. Welke keuzes dat zijn, staat in de verdieping voor de actuaris.
Wat u krijgt, sluit aan op uw rol: pensioenfonds, uitvoeringsorganisatie, PPI, verzekeraar, actuarieel bureau, softwareleverancier of communicatie. Steeds met de tabellen, een verschillenrapport en de onderbouwing voor uw actuaris.
U wilt elk kwartaal kunnen uitleggen waarom de scenariobedragen veranderden, een dossier waarin uw actuaris, auditor en toezichthouder kunnen terugvinden hoe de tabellen tot stand kwamen, en een actuaris die kan tekenen zonder alles zelf na te rekenen. U krijgt het verschillenrapport, het beoordelingspakket voor de actuaris van uw fonds en een onderbouwd besluitdocument over het aantal scenario's. Die keuze ligt bij sociale partners en fonds. Het fonds besluit, de actuaris van het fonds beoordeelt; uw uitvoeringsorganisatie leest in.
U leest elk kwartaal tabellen in voor meerdere fondsen of regelingen. U krijgt de bestanden in het marktformaat, gecontroleerd met mijn voortoets en met de checker van uw pakketleverancier. Elk bestand heeft een vingerafdruk: een SHA-256-hash waarmee u controleert dat het onderweg niet is veranderd. Daarbij hoort een verschillenrapport per kwartaal.
De release controleert u machinaal en activeert u met een tweede paar ogen. U besluit over ingebruikname.
Mijn advies: één scenario-aantal voor alle regelingen die u bedient, 20.000 als voorkeur, 2.000 als uw keten dat vraagt. Twee aantallen door elkaar maken een kwartaalproces over meerdere regelingen onnodig complex.
De flexibele premieregeling met lifecycles is uw kernproduct, voor veel werkgevers en deelnemers tegelijk. U krijgt per lifecycle de tabellen op 20.000 of op de eerste 2.000 scenario's, de leverbestanden in het marktformaat, een verschillenrapport per kwartaal en vaste maatmensen als controle op elke nieuwe DNB-set. Heeft u uw productie al ingericht, dan kan de rekenstraat ook als tweede berekening naast uw eigen tabellen lopen. Beoordeling en ingebruikname liggen bij uw eigen actuaris en uw eigen organisatie.
Ook u toont scenariobedragen in UPO en portaal bij premieregelingen en variabele uitkeringen. U kunt de kwartaaltabellen door de rekenstraat laten maken, of een onafhankelijke herberekening van uw eigen tabellen afnemen, met een verschillenrapport tussen uw set en de mijne, de tweede rekenroute in Excel en een openbaar controlepakket. Dat is bruikbaar naast uw eigen modellen en voor het aantonen van de herkomst aan toezicht. Voor staffelregelingen geldt wat in onderdeel 1 staat.
U kunt de rekenstraat onder de naam van uw bureau aanbieden. De methodekeuzes en de klantrelatie blijven bij u. Bij die samenwerking werf ik niet rechtstreeks bij uw klanten. Maakt uw bureau de tabellen zelf, dan kan de rekenstraat daarnaast een tweede berekening leveren. Zo blijven de oorspronkelijke berekening, de tegenrekening en de vrijgave van elkaar gescheiden.
Eén schema voor de tabellenset, met schemaversie en changelog per release; releases ophalen met controle op de vingerafdrukken, versie vastleggen, alleen vrijgegeven releases voor productie.
De kwartaalrapportage met vaste maatmensen als uitlegmateriaal. Op dezelfde tabellen draait een keuze-engine (bèta).
Ik lever de berekeningen en onderbouwing. Uw actuaris beoordeelt de uitkomsten. De verantwoordelijke organisatie beslist over ingebruikname. De uitvoerder verzorgt het inlezen.
Maker, beoordelaar en beslisser zijn drie rollen. Ik lever het rekenwerk en het bewijs. Het oordeel over de inhoud is van uw actuaris. Het besluit om de tabellen in gebruik te nemen is van de organisatie die ze inleest en activeert. Dat zijn twee besluiten, niet één. Bij een fonds met een uitvoeringsorganisatie zijn dat twee organisaties; bij een PPI of verzekeraar met eigen administratie liggen beide rollen in huis, maar blijven het twee stappen. De pensioenuitvoerder (fonds, PPI of verzekeraar) blijft verantwoordelijk voor de informatie aan deelnemers.
| Wie | Doet | Levert |
|---|---|---|
| URM-rekentabellen.nl (Edwin Visser) | Bouwt en voert het controleerbare kwartaalproces uit: bron, invoer, berekening, controles, verschillen, levering, bewijsdossier. | De set met zelfbeschrijving, de leverbestanden, het verschillenrapport, de aannamelijst en het pakket voor beoordeling. |
| Uw actuaris (van het fonds, de PPI of de verzekeraar) | Stelt de rekenregels en uitgangspunten vast, beoordeelt de uitkomsten en de methodekeuzes, legt zijn oordeel en eventuele voorwaarden vast. | Een vastgelegd oordeel bij de set; zonder dat oordeel blijft de set concept. |
| De organisatie die inleest (PUO of eigen administratie) | Besluit over ingebruikname, leest in, activeert met een tweede paar ogen en voert de deelnemerinformatie uit. | De vastgelegde versie en de activering in de eigen omgeving. |
| Pakketleverancier | Toetst met zijn checker of de bestanden technisch aansluiten. Geen inhoudelijke beoordeling. | Een technische uitslag per bestand. |
Negen vaste stappen van de DNB-publicatie tot de ingebruikname: vastleggen, aanleveren, rekenen, verschillen verklaren, herkomst, levering, tweede rekenroute, beoordeling en ingebruikname.
Negen stappen, van de publicatie van DNB tot de ingebruikname. Per stap staat of hij vandaag werkt, of we hem samen inrichten, of dat hij nog in opbouw is.
DNB-set ophalen en vastleggenDe kwartaalset wordt opgehaald en vastgelegd met grootte en vingerafdruk. Een afwijkende vingerafdruk stopt het proces; iedereen rekent aantoonbaar met dezelfde set.
werktRegeling aanleveren in één templateRegeling, lifecycles, grondslagen en maatmensen in één werkmap. De omzetting stopt bij ontbrekende of strijdige invoer. Geen stille standaardwaarden: elke aanname krijgt een status (verwerkt, standaard, akkoord nodig) en staat op papier.
werktRekenenDe drie tabeltypen voor reëel, nominaal en de variabele uitkering, per lifecycle, op 2.000 of 20.000 scenario's. Ingebouwde poorten: oplopende bedragen, geen negatieve waarden, ijkpunt op de pensioendatum, zelfcontrole tegen het voorbeeldblad van DNB tot machineprecisie. Bij een schending wordt niets weggeschreven.
werktVerschillen verklarenVorig kwartaal naast dit kwartaal, op drie niveaus: de scenarioset (rente, inflatie, rendementen), de tabellen (bandbreedte per looptijd) en vaste maatmensen. Elke verandering is uit te leggen aan bestuur en deelnemer.
werktHerkomstDe set beschrijft zichzelf: DNB-bestand, parameters, sterftegrondslag, versie van de rekenkern en status, elk met een vingerafdruk. Dezelfde invoer geeft dezelfde tabellen. De centrale archivering van dit bewijs rond ik af vóór de eerste praktijkproef.
werkt, archivering in opbouwLevering in het marktformaatBestanden in het formaat van de administratiesoftware, eerst door mijn eigen voortoets (45 keer in orde en één informatieregel) en daarna door de checker van de pakketleverancier: op 2026Q3 en 2026Q4 goedgekeurd met één bekend signaal.
werktTweede rekenrouteEen rekensheet in Excel rekent dezelfde tabellen op dezelfde scenario's na. Twee afzonderlijke implementaties rekenen binnen de getoetste scope cel voor cel gelijk: op 2026Q3 en, in drie combinaties, op 2026Q4. Dit is een technische kruiscontrole, geen actuariële validatie. De methode is in een rekensheet te volgen.
werktBeoordeling en vrijgaveUw actuaris krijgt het pakket: aannamelijst, methodekeuzes met gekwantificeerd effect, verschillenrapport, vingerafdrukken. Het vrijgavedocument waarin zijn oordeel wordt vastgelegd, en de koppeling van dat oordeel aan de status "vrijgegeven", richten we in tijdens de eerste praktijkproef. Tot die tijd blijft elke set concept.
samen inrichtenIngebruiknameDe organisatie die inleest haalt de release op met een controle op de vingerafdrukken, legt de versie vast en activeert met een tweede paar ogen. Twee afnemende toepassingen (een planner en een keuze-engine) werken zo al met conceptreleases. De werkwijze wordt zo ingericht dat productie alleen beoordeelde en geaccepteerde releases gebruikt.
samen inrichtenNog niet in de keten. Een validatiecheck op deelnemersniveau: een steekproef uit de administratie, nagerekend met de tabellen. Het meenemen van toekomstige staffeltreden in de toepassing (onderdeel 1) en een eigen inkoopgrondslag voor de vaste uitkering.
Met dezelfde tabellen rekent de keuze-engine de keuzes van een deelnemer door: pensioendatum, uitruil, hoog-laag en bedrag ineens.
Een rekentabel is pas nuttig als hij in een deelnemerberekening terechtkomt. De keuze-engine rekent met dezelfde tabellen de keuzes van één deelnemer door (pensioendatum, uitruil, hoog-laag, bedrag ineens) en zet kwartalen naast elkaar.
Eén meting van die rekenstap is gedaan door een bètatester op een eigen Windows-pc, lokaal en zonder netwerkverkeer (bèta 4, 23 oktober 2026). Van 13 berekeningen duurden er 10 tussen 0,6 en 1,2 seconde, met een mediaan van 0,85 seconde.
Drie uitschieters van 6,3, 6,4 en 19,3 seconde passen bij opstart- en beveiligingscontroles van de werkplek op een niet-ondertekend programma, niet bij het rekenwerk. Dezelfde berekeningen rechtstreeks aangeroepen, zonder Excel, duurden 0,86 tot 1,06 seconde zonder pieken.
Als rekenkundige indicatie komt tien keer de gemeten mediaan neer op circa 8,5 seconden pure rekentijd. Dit is geen meting van tien volledige UPO- of MPO-processen. Import, validatie, beveiligingscontrole en documentproductie zitten er niet in.
In de praktijkproef rekenen we naast uw huidige levering. Vooraf spreken we af wie vanuit uw organisatie meedoet, wie over het vervolg beslist en waarop we de proef beoordelen. Een nieuw administratiesysteem of invaren is een logisch moment, maar geen voorwaarde; de proef kan ook naast een lopende levering draaien.
De rekenstraat rekent uw regeling op 2.000 en op 20.000 scenario's. Ik leg de uitkomst naast uw bestaande tabellen en lever het pakket voor uw actuaris. De uitgangspunten stem ik af met uw actuaris en leg ik vast. Vooraf spreken we af welke werkzaamheden binnen de prijs van de proef vallen. De uitkomst is een pakket voor beoordeling, geen vrijgegeven set.
Afbakening. Eén regeling (FPR of SPR), één kwartaal en een vooraf afgesproken aantal profielen of lifecycles. Ik lees niet zelf in uw administratie in. Uw tabellen en gegevens blijven vertrouwelijk; ik publiceer niets zonder uw akkoord.
Doorlooptijd. De beoogde doorlooptijd is enkele werkdagen nadat de intake compleet is, de referentietabellen beschikbaar zijn en de methodekeuzes vaststaan. Tijdens de proef meten we de werkelijke doorlooptijd.
Prijs. Voor de proef spreken we vooraf een vaste prijs af. Die kunt u via de intake opvragen. Een prijsindicatie per regeling per kwartaal volgt na de eerste proef, op basis van de gemeten uren.
Wat er tussen uw systemen en de rekenstraat gebeurt, op één plek.
Afspraken over levertermijn, overdracht en continuïteit leggen we vast vóór de praktijkproef. De beoogde levertermijn is binnen vijf werkdagen na publicatie van de DNB-set.
Uw organisatie beoordeelt welke DORA-verplichtingen op deze dienstverlening van toepassing zijn. Ik lever daarvoor de informatie over de dienst, gegevensverwerking, continuïteit en contractuele afspraken. DNB beschrijft de registerplicht voor contractuele overeenkomsten over ICT-diensten van derde aanbieders (zie de DNB-toelichting op het informatieregister); of en hoe die op deze dienst van toepassing is, beoordeelt u zelf. Een continuïteitsafspraak die pas bij de contractering ter sprake komt, is in elk geval te laat. Daarom leg ik dit vast vóór de eerste praktijkproef, en zeg ik er per onderdeel bij wat al staat en wat nog niet.
Dit is geen juridisch advies.
Wat u elk kwartaal krijgt, wat de actuaris van uw fonds in handen krijgt en hoe de praktijkproef meeloopt naast uw uitvoeringsorganisatie, ook bij de inrichting van een nieuw administratiesysteem.
Reguliere kwartaallevering per lifecycle of een tweede berekening naast uw eigen productie: wat u krijgt, hoe beoordeling en ingebruikname in uw eigen organisatie blijven, en wat de rekenstraat vandaag wel en niet rekent.
Van DNB-publicatie tot release: marktformaat, voortoets, checker, vingerafdruk, versievastlegging, één scenario-aantal per PUO en het continuïteitspakket met status.
Productie uit handen, methodekeuzes en klantrelatie in eigen hand: twee routes, partnerafspraak, kwaliteitsdossier en geen lock-in.
Deze pagina in het kort, voor alle doelgroepen: het probleem dat de rekenstraat oplost en wat u elk kwartaal krijgt; daarna de route, wat er gemeten is, uitbesteding en continuïteit, de negen stappen, de rolverdeling, de praktijkproef en een blok voor de actuaris. Versie 3, 28 oktober 2026.
Hetzelfde interactieve dashboard in één bestand dat in elke browser opent, ook zonder internet. Dezelfde cijfers en bron als deze pagina.
Zie ook de praktijknotitie over het aantal scenario's (versie 1.0), met de uitkomst van de vooraf vastgelegde controle op 2026Q4 en een openbaar controlepakket om elke tabel zelf na te rekenen.
20.000 scenario's als voorkeur, 2.000 blijft beschikbaar. Meer scenario's veranderen niets aan het pensioen zelf, wel aan de simulatieruis in de bedragen.
Hieronder de onderbouwing van wat hierboven staat: waarom 20.000 scenario's, wat er precies gemeten is, en de cijfers en methodekeuzes voor de actuaris. Alles op een fictief voorbeeldfonds met een flexibele premieregeling met vlakke premie, met peildatum.
Veel bestaande processen werken met de eerste 2.000 scenario's uit de DNB-set. Dat is praktisch als berekeningen in Excel moeten blijven passen, en het is het minimum dat DNB voor de communicatieberekening noemt. Het is geen technische grens van de rekenstraat: die verwerkt de gepubliceerde set van 20.000 rechtstreeks.
Meer scenario's veranderen niets aan de regeling of aan de economische aannames, en dus niets aan het pensioen zelf. Ze veranderen wel hoeveel simulatieruis er in de bedragen zit.
Ook die set kan de rekenstraat doorrekenen (één proef op 2026Q4, 27 minuten in plaats van enkele minuten). Voor vier fictieve maatmensen lagen de uitkomsten met 20.000 binnen ongeveer 0,5 procent van die met 100.000. Daarom zie ik 100.000 niet als vanzelfsprekende standaard. De opdrachtgever en de actuaris bepalen welke omvang en methode bij de toepassing passen.
Wat ik heb gemeten. De set van 2026Q3 is in tien blokken van 2.000 geknipt en elk blok is volledig doorgerekend voor dezelfde fictieve regeling. Voor dezelfde fictieve starter liep het verwachte jaarpensioen tussen die blokken 3 tot 4 procent uiteen, het slechtweerbedrag bijna 9 procent. Bij 20.000 is die spreiding ongeveer drie keer kleiner, zowel volgens de formule uit de toelichting van DNB als in de eigen meting. Bij de kwartaalwissel van 2026Q3 naar 2026Q4 was het effect zichtbaar in de richting van de verandering: plus 1,8 procent op de set van 20.000, min 0,1 procent op de eerste 2.000.
Waarom dat ertoe doet. Wie de scenariobedragen in UPO en portaal aan deelnemers en bestuur moet uitleggen, heeft met 20.000 een eenvoudiger gesprek: minder van de verandering is ruis. Daarom is 20.000 mijn onderbouwde keuze binnen de wet, en 2.000 een volwaardige variant voor wie daarop is ingericht. Wie met 2.000 rekent, gebruikt de eerste 2.000 scenario's uit de set, zoals DNB voorschrijft.
Twee kanttekeningen. De tien blokken zijn een onderzoeksproef op een fictief fonds, en de spreiding tussen blokken is geen foutmarge voor een individuele deelnemer. De machinetijd verschilt (minuten tegenover een kwart minuut), maar of de menselijke tijd voor controle en vrijgave verschilt, wordt pas in de praktijkproef gemeten.
Wat er is gemeten aan rekenjuistheid, stabiliteit bij 2.000 tegenover 20.000 scenario's, doorlooptijd en levering, met per onderdeel de bron.
Vier onderdelen, elk met wat gemeten is, wanneer, op welke omvang en waar het bewijs staat. Een geslaagde test is een technische uitkomst, geen actuariële vrijgave.
Technisch aangetoond, actuarieel nog te toetsen
Aantallen, combinaties en sterftegrondslag: zie de verdieping voor de actuaris.
Aangetoond als eigen meting, met één afwijking van de verwachting; nog te toetsen door een actuaris
De zes banden met uitkomst: zie de verdieping voor de actuaris en versie 1.0 van de praktijknotitie.
Deels aangetoond
Ik vergelijk niet met externe leveranciers: die cijfers zijn niet beschikbaar en ik schat ze niet.
Technische levering en herleidbaarheid aangetoond; vrijgavestap nog in te richten
De checker toetst techniek, geen rekeninhoud.
Vergelijking met een openbaar rapport. De rekenstraat is vergeleken met aandachtspunten uit een openbaar rapport van een adviesbureau over beheerste uitvoering (2026): herleidbaarheid, ingebouwde controles, componentscheiding, functiescheiding, continuïteit. Dat is een vergelijking, geen certificering of goedkeuring.
Benchmark URM-rekenstraat · peildatum 24 oktober 2026
De URM-rekenstraat maakt de kwartaalberekening reproduceerbaar, vergelijkt twee rekenroutes, toetst leverbestanden en maakt afwijkingen zichtbaar. De actuaris stelt de regels en uitgangspunten vast en beoordeelt de uitkomst; de organisatie die inleest beslist over ingebruikname.
Technische tests en een checkeruitkomst zijn geen productieacceptatie en geen actuariële vrijgave.
De cijfers achter deze pagina, voor wie wil narekenen: de vooraf vastgelegde controle op 2026Q4, spreiding, standaardfout en de methodekeuzes.
De cijfers achter de zinnen op deze pagina, voor wie ze wil narekenen.
Zes banden, vastgelegd in versie 0.4 van de praktijknotitie vóór DNB de Q4-set publiceerde (15 oktober 2026); gemiddeld over 36 uitkomstcellen (vier maatmensen, drie tabeltypen, drie percentielen). Indeling van het kwartaal: beperkte herijking (correlatie van het aandelenrendement 0,978). De banden zijn niet achteraf aangepast; de werkhypothese dat de herijking vooral in de rente zat, is niet getoetst.
| Maat | Percentiel | Band | Uitkomst | Oordeel |
|---|---|---|---|---|
| Verschil kwartaalverandering 2.000 en 20.000 | slecht weer | 0,3 tot 1,0 pp | 0,80 | binnen |
| Verschil kwartaalverandering 2.000 en 20.000 | verwacht | 0,1 tot 0,4 pp | 0,61 | niet gehaald |
| Spreiding tien blokken van 2.000 | slecht weer | 1,7 tot 2,5% | 2,09 | binnen |
| Spreiding tien blokken van 2.000 | verwacht | 0,8 tot 1,2% | 0,94 | binnen |
| Standaardfout bij 20.000 (formule 7 uit de DNB-toelichting) | slecht weer | 0,5 tot 0,8% | 0,60 | binnen |
| Standaardfout bij 20.000 (formule 7 uit de DNB-toelichting) | verwacht | 0,25 tot 0,45% | 0,32 | binnen |
De vraag die een actuaris als eerste stelt: welke keuzes maakt de bouwer die eigenlijk de mijne zijn? Deze, elk met het gekwantificeerde effect in de aannamelijst. Zonder uw vastgelegde oordeel blijft de set concept.
Nagekeken op de DNB-pagina over de scenariosets bij de Wet toekomst pensioenen (28 oktober 2026). DNB noemt daarbij de artikelen; de wetstekst zelf heb ik niet geciteerd.
| Toepassing | Aantal | Set |
|---|---|---|
| Berekening voor communicatiedoeleinden onder de uniforme rekenmethodiek (de scope van de rekenstraat) | minimaal 2.000 | economische scenario's (P-set); bij minder dan de hele set: de eerste N uit de set |
| Scenario-analyse onder de uniforme rekenmethodiek | 10.000 | economische scenario's (P-set) |
| Netto profijt | minimaal 10.000 | risico-neutrale scenario's (Q-set) |
| Vba-rekenmethodiek bij invaren | minimaal 20.000 | risico-neutrale scenario's (Q-set) |
DNB publiceert sets van 20.000 (xlsx) en 100.000 (csv). Boven het minimum kiest de pensioenuitvoerder zelf (bij een fonds: sociale partners en fonds); 20.000 is dus een onderbouwde keuze, geen norm. Het risicohoudingsonderdeel van het invaarsjabloon staat niet in deze tabel; DNB noemt daarvoor een P-scenarioset, en die berekening valt buiten deze levering.
Bronnen: praktijknotitie versie 1.0 en het openbare controlepakket (celwaarden per scenario van 2026Q3 en 2026Q4 en de narekenscripts), de kwartaalrapportages 2026Q3 en 2026Q4 in de downloads, en het technische bewijsdossier met testuitslagen, vergelijkingslogs en checkeruitslagen (op aanvraag). Een technische kruiscontrole en een checkeruitkomst zijn geen actuariële validatie en geen vrijgave.