De rekenstraat · voor pensioenfondsen, PPI's, verzekeraars en uitvoeringsorganisaties

Elk kwartaal nieuwe URM-tabellen. Elke stap controleerbaar.

Elk kwartaal publiceert DNB een nieuwe scenarioset. Daarna moeten voor elke pensioenregeling de URM-rekentabellen opnieuw worden gemaakt, gecontroleerd, beoordeeld en ingelezen. En iemand moet kunnen uitleggen waarom de bedragen in UPO en portaal zijn veranderd.

De rekenstraat maakt en controleert de tabellen in vaste stappen. Kritieke controles stoppen het proces bij een fout. U krijgt de tabellen, een verschillenrapport en de onderbouwing voor uw actuaris. Uw actuaris beoordeelt de uitkomsten. Uw organisatie besluit over het gebruik en leest de bestanden in.

Bij dezelfde fictieve starter gaf de kwartaalwissel twee verschillende uitkomsten. Met de gepubliceerde set van 20.000 scenario's steeg zijn verwachte pensioenbedrag van 2026Q3 naar 2026Q4 met 1,8 procent. Met de eerste 2.000 scenario's uit diezelfde set daalde het met 0,1 procent. De regeling en de grondslagen waren gelijk. Alleen het aantal gebruikte scenario's verschilde.

De AFM benadrukt dat deelnemers uitleg nodig hebben over de hoogte van scenariobedragen en waarom die ten opzichte van een eerdere weergave zijn veranderd (zie haar aandachtspunten voor scenariobedragen). Mijn voorkeur voor 20.000 scenario's onderbouw ik verderop met eigen metingen.

Wanneer de rekenstraat van pas komt. Een nieuw administratiesysteem is een goed moment om ook de verwerking van de URM-tabellen opnieuw te bekijken. Hetzelfde geldt voor invaren, als de regeling en de tabellen toch opnieuw worden ingericht. De rekenstraat kan daarnaast worden gebruikt naast een bestaande levering, om berekeningen te vergelijken en het kwartaalproces controleerbaar vast te leggen.
Stand 28 oktober 2026URM-rekentabellen.nl, een dienst van PensioenNetwerk.nlFonds fictief, bedragen indicatiefAlle sets concept tot actuariële vrijgave
1 · Waarvoor de tabellen bedoeld zijn, en wat de rekenstraat vandaag rekent

Bedoeld voor communicatieberekeningen: UPO, portaal en keuzebegeleiding. De rekenstraat volgt de uniforme rekenmethodiek voor de opbouwfase, voor FPR en SPR.

Deze levering is bedoeld voor communicatieberekeningen: het UPO, het portaal en keuzebegeleiding. Daarvoor noemt DNB een minimum van 2.000 scenario's. Berekeningen voor risicohouding, netto profijt en invaren vallen buiten deze levering.

De rekenstraat volgt de uniforme rekenmethodiek voor de opbouwfase, voor FPR en SPR. De regelingkenmerken en uitgangspunten werken we samen met uw actuaris uit. Ik verzorg de afstemming en leg de gemaakte keuzes vast. Vooraf spreken we af welke werkzaamheden binnen de prijs van de praktijkproef vallen.

Staffelpremies en eerbiedigende werking. De tabellen worden gemaakt op een vlakke premie. Bij een regeling met een progressieve premiestaffel, zoals eerbiedigende werking, past de toepassing die met de tabellen rekent een staffelfactor toe: de premie van de huidige trede gedeeld door de tabelpremie. Zo rekent de keuze-engine vandaag. Het meenemen van de latere treden tot de gekozen pensioendatum is in voorbereiding; de methode daarvoor is nog niet vastgesteld. Of deze benadering voor uw regeling volstaat, beoordeelt uw actuaris; het is geen vrijgegeven klantlevering. Een eigen inkoopgrondslag voor de vaste uitkering bouw ik als uw regeling erom vraagt.

De keuzes binnen de methodiek (percentielmethode, sterftegrondslag, inkoopgrondslag, kosten) staan in de aannamelijst en worden door uw actuaris beoordeeld. Welke keuzes dat zijn, staat in de verdieping voor de actuaris.

2 · Wat u krijgt

Wat u krijgt, sluit aan op uw rol: pensioenfonds, uitvoeringsorganisatie, PPI, verzekeraar, actuarieel bureau, softwareleverancier of communicatie. Steeds met de tabellen, een verschillenrapport en de onderbouwing voor uw actuaris.

Pensioenfonds

U wilt elk kwartaal kunnen uitleggen waarom de scenariobedragen veranderden, een dossier waarin uw actuaris, auditor en toezichthouder kunnen terugvinden hoe de tabellen tot stand kwamen, en een actuaris die kan tekenen zonder alles zelf na te rekenen. U krijgt het verschillenrapport, het beoordelingspakket voor de actuaris van uw fonds en een onderbouwd besluitdocument over het aantal scenario's. Die keuze ligt bij sociale partners en fonds. Het fonds besluit, de actuaris van het fonds beoordeelt; uw uitvoeringsorganisatie leest in.

Pensioenuitvoeringsorganisatie (PUO)

U leest elk kwartaal tabellen in voor meerdere fondsen of regelingen. U krijgt de bestanden in het marktformaat, gecontroleerd met mijn voortoets en met de checker van uw pakketleverancier. Elk bestand heeft een vingerafdruk: een SHA-256-hash waarmee u controleert dat het onderweg niet is veranderd. Daarbij hoort een verschillenrapport per kwartaal.

De release controleert u machinaal en activeert u met een tweede paar ogen. U besluit over ingebruikname.

Mijn advies: één scenario-aantal voor alle regelingen die u bedient, 20.000 als voorkeur, 2.000 als uw keten dat vraagt. Twee aantallen door elkaar maken een kwartaalproces over meerdere regelingen onnodig complex.

PPI

De flexibele premieregeling met lifecycles is uw kernproduct, voor veel werkgevers en deelnemers tegelijk. U krijgt per lifecycle de tabellen op 20.000 of op de eerste 2.000 scenario's, de leverbestanden in het marktformaat, een verschillenrapport per kwartaal en vaste maatmensen als controle op elke nieuwe DNB-set. Heeft u uw productie al ingericht, dan kan de rekenstraat ook als tweede berekening naast uw eigen tabellen lopen. Beoordeling en ingebruikname liggen bij uw eigen actuaris en uw eigen organisatie.

Verzekeraar

Ook u toont scenariobedragen in UPO en portaal bij premieregelingen en variabele uitkeringen. U kunt de kwartaaltabellen door de rekenstraat laten maken, of een onafhankelijke herberekening van uw eigen tabellen afnemen, met een verschillenrapport tussen uw set en de mijne, de tweede rekenroute in Excel en een openbaar controlepakket. Dat is bruikbaar naast uw eigen modellen en voor het aantonen van de herkomst aan toezicht. Voor staffelregelingen geldt wat in onderdeel 1 staat.

Actuarieel bureau

U kunt de rekenstraat onder de naam van uw bureau aanbieden. De methodekeuzes en de klantrelatie blijven bij u. Bij die samenwerking werf ik niet rechtstreeks bij uw klanten. Maakt uw bureau de tabellen zelf, dan kan de rekenstraat daarnaast een tweede berekening leveren. Zo blijven de oorspronkelijke berekening, de tegenrekening en de vrijgave van elkaar gescheiden.

Softwareleverancier

Eén schema voor de tabellenset, met schemaversie en changelog per release; releases ophalen met controle op de vingerafdrukken, versie vastleggen, alleen vrijgegeven releases voor productie.

Communicatie en keuzebegeleiding

De kwartaalrapportage met vaste maatmensen als uitlegmateriaal. Op dezelfde tabellen draait een keuze-engine (bèta).

3 · Wie controleert, beoordeelt en besluit

Ik lever de berekeningen en onderbouwing. Uw actuaris beoordeelt de uitkomsten. De verantwoordelijke organisatie beslist over ingebruikname. De uitvoerder verzorgt het inlezen.

Maker, beoordelaar en beslisser zijn drie rollen. Ik lever het rekenwerk en het bewijs. Het oordeel over de inhoud is van uw actuaris. Het besluit om de tabellen in gebruik te nemen is van de organisatie die ze inleest en activeert. Dat zijn twee besluiten, niet één. Bij een fonds met een uitvoeringsorganisatie zijn dat twee organisaties; bij een PPI of verzekeraar met eigen administratie liggen beide rollen in huis, maar blijven het twee stappen. De pensioenuitvoerder (fonds, PPI of verzekeraar) blijft verantwoordelijk voor de informatie aan deelnemers.

WieDoetLevert
URM-rekentabellen.nl (Edwin Visser)Bouwt en voert het controleerbare kwartaalproces uit: bron, invoer, berekening, controles, verschillen, levering, bewijsdossier.De set met zelfbeschrijving, de leverbestanden, het verschillenrapport, de aannamelijst en het pakket voor beoordeling.
Uw actuaris (van het fonds, de PPI of de verzekeraar)Stelt de rekenregels en uitgangspunten vast, beoordeelt de uitkomsten en de methodekeuzes, legt zijn oordeel en eventuele voorwaarden vast.Een vastgelegd oordeel bij de set; zonder dat oordeel blijft de set concept.
De organisatie die inleest (PUO of eigen administratie)Besluit over ingebruikname, leest in, activeert met een tweede paar ogen en voert de deelnemerinformatie uit.De vastgelegde versie en de activering in de eigen omgeving.
PakketleverancierToetst met zijn checker of de bestanden technisch aansluiten. Geen inhoudelijke beoordeling.Een technische uitslag per bestand.

Wat de rekenstraat zelf afdwingt

  • Kritieke controles stoppen het proces: bij een afwijkende vingerafdruk van de DNB-set, bij ontbrekende of strijdige invoer, bij een niet-geregistreerde sterftegrondslag, bij een schending van de rekenpoorten, en bij een release waarvan de vingerafdrukken of de versie van de rekenkern niet kloppen. Andere controles, zoals de kwartaalvergelijking van parameters en markt, signaleren een aandachtspunt en blokkeren niet.
  • Van elke set wordt vastgelegd: DNB-bestand, configuratie en sterftegrondslag met vingerafdruk, versie van de rekenkern, percentielmethode, aantal scenario's en status.
  • Alle sets hebben nu de status concept. De stap waarmee het oordeel van een actuaris de status "vrijgegeven" oplevert, richten we in tijdens de eerste praktijkproef. Afnemende toepassingen gebruiken voor productie alleen vrijgegeven releases, en die zijn er nog niet.

Wat we samen inrichten vóór productie

  • Uw regeling, grondslagen, maatmensen, aantal scenario's en acceptatiecriteria, vastgelegd in het template en de aannamelijst.
  • De methodekeuzes waarover uw actuaris oordeelt; ik lever per keuze het gekwantificeerde effect.
  • De schriftelijke beoordeling en vrijgave door uw actuaris, de rollen en het vierogenprincipe aan uw kant, en het bewijsdossier. Een beveiligingsbeoordeling van de omgeving hoort bij de implementatie.
  • Uitbesteding en continuïteit regelen we vóór de praktijkproef (onderdeel 6).
4 · Wat werkt en wat we nog inrichten

Negen vaste stappen van de DNB-publicatie tot de ingebruikname: vastleggen, aanleveren, rekenen, verschillen verklaren, herkomst, levering, tweede rekenroute, beoordeling en ingebruikname.

Negen stappen, van de publicatie van DNB tot de ingebruikname. Per stap staat of hij vandaag werkt, of we hem samen inrichten, of dat hij nog in opbouw is.

1

DNB-set ophalen en vastleggenDe kwartaalset wordt opgehaald en vastgelegd met grootte en vingerafdruk. Een afwijkende vingerafdruk stopt het proces; iedereen rekent aantoonbaar met dezelfde set.

werkt
2

Regeling aanleveren in één templateRegeling, lifecycles, grondslagen en maatmensen in één werkmap. De omzetting stopt bij ontbrekende of strijdige invoer. Geen stille standaardwaarden: elke aanname krijgt een status (verwerkt, standaard, akkoord nodig) en staat op papier.

werkt
3

RekenenDe drie tabeltypen voor reëel, nominaal en de variabele uitkering, per lifecycle, op 2.000 of 20.000 scenario's. Ingebouwde poorten: oplopende bedragen, geen negatieve waarden, ijkpunt op de pensioendatum, zelfcontrole tegen het voorbeeldblad van DNB tot machineprecisie. Bij een schending wordt niets weggeschreven.

werkt
4

Verschillen verklarenVorig kwartaal naast dit kwartaal, op drie niveaus: de scenarioset (rente, inflatie, rendementen), de tabellen (bandbreedte per looptijd) en vaste maatmensen. Elke verandering is uit te leggen aan bestuur en deelnemer.

werkt
5

HerkomstDe set beschrijft zichzelf: DNB-bestand, parameters, sterftegrondslag, versie van de rekenkern en status, elk met een vingerafdruk. Dezelfde invoer geeft dezelfde tabellen. De centrale archivering van dit bewijs rond ik af vóór de eerste praktijkproef.

werkt, archivering in opbouw
6

Levering in het marktformaatBestanden in het formaat van de administratiesoftware, eerst door mijn eigen voortoets (45 keer in orde en één informatieregel) en daarna door de checker van de pakketleverancier: op 2026Q3 en 2026Q4 goedgekeurd met één bekend signaal.

werkt
7

Tweede rekenrouteEen rekensheet in Excel rekent dezelfde tabellen op dezelfde scenario's na. Twee afzonderlijke implementaties rekenen binnen de getoetste scope cel voor cel gelijk: op 2026Q3 en, in drie combinaties, op 2026Q4. Dit is een technische kruiscontrole, geen actuariële validatie. De methode is in een rekensheet te volgen.

werkt
8

Beoordeling en vrijgaveUw actuaris krijgt het pakket: aannamelijst, methodekeuzes met gekwantificeerd effect, verschillenrapport, vingerafdrukken. Het vrijgavedocument waarin zijn oordeel wordt vastgelegd, en de koppeling van dat oordeel aan de status "vrijgegeven", richten we in tijdens de eerste praktijkproef. Tot die tijd blijft elke set concept.

samen inrichten
9

IngebruiknameDe organisatie die inleest haalt de release op met een controle op de vingerafdrukken, legt de versie vast en activeert met een tweede paar ogen. Twee afnemende toepassingen (een planner en een keuze-engine) werken zo al met conceptreleases. De werkwijze wordt zo ingericht dat productie alleen beoordeelde en geaccepteerde releases gebruikt.

samen inrichten

Nog niet in de keten. Een validatiecheck op deelnemersniveau: een steekproef uit de administratie, nagerekend met de tabellen. Het meenemen van toekomstige staffeltreden in de toepassing (onderdeel 1) en een eigen inkoopgrondslag voor de vaste uitkering.

Van tabel naar deelnemerberekening

Met dezelfde tabellen rekent de keuze-engine de keuzes van een deelnemer door: pensioendatum, uitruil, hoog-laag en bedrag ineens.

Een rekentabel is pas nuttig als hij in een deelnemerberekening terechtkomt. De keuze-engine rekent met dezelfde tabellen de keuzes van één deelnemer door (pensioendatum, uitruil, hoog-laag, bedrag ineens) en zet kwartalen naast elkaar.

Eén meting van die rekenstap is gedaan door een bètatester op een eigen Windows-pc, lokaal en zonder netwerkverkeer (bèta 4, 23 oktober 2026). Van 13 berekeningen duurden er 10 tussen 0,6 en 1,2 seconde, met een mediaan van 0,85 seconde.

Drie uitschieters van 6,3, 6,4 en 19,3 seconde passen bij opstart- en beveiligingscontroles van de werkplek op een niet-ondertekend programma, niet bij het rekenwerk. Dezelfde berekeningen rechtstreeks aangeroepen, zonder Excel, duurden 0,86 tot 1,06 seconde zonder pieken.

Als rekenkundige indicatie komt tien keer de gemeten mediaan neer op circa 8,5 seconden pure rekentijd. Dit is geen meting van tien volledige UPO- of MPO-processen. Import, validatie, beveiligingscontrole en documentproductie zitten er niet in.

5 · De praktijkproef

Rekenen naast uw huidige levering

In de praktijkproef rekenen we naast uw huidige levering. Vooraf spreken we af wie vanuit uw organisatie meedoet, wie over het vervolg beslist en waarop we de proef beoordelen. Een nieuw administratiesysteem of invaren is een logisch moment, maar geen voorwaarde; de proef kan ook naast een lopende levering draaien.

De rekenstraat rekent uw regeling op 2.000 en op 20.000 scenario's. Ik leg de uitkomst naast uw bestaande tabellen en lever het pakket voor uw actuaris. De uitgangspunten stem ik af met uw actuaris en leg ik vast. Vooraf spreken we af welke werkzaamheden binnen de prijs van de proef vallen. De uitkomst is een pakket voor beoordeling, geen vrijgegeven set.

U levert aan

  • Een beslisser vanuit uw organisatie en de afspraak over het vervolg.
  • Het ingevulde template: regeling, lifecycles, grondslagen, maatmensen.
  • Desgewenst uw tabellen van hetzelfde kwartaal, om naast te leggen.
  • Uw huidige doorlooptijd en uren per stap, voor de vergelijking.
  • De naam van uw actuaris als beoordelaar.

U krijgt terug

  • Een overzicht van de gemeten rekentijd, de bestede uren en de doorlooptijd per stap, bij u en bij mij. Daarmee wordt zichtbaar hoeveel werk het kwartaalproces vraagt. Die tijd is nu nog niet over het hele proces gemeten.
  • De set op 2.000 en op 20.000, met zelfbeschrijving en vingerafdrukken, en de leverbestanden met voortoets.
  • Het besluitdocument over het aantal scenario's: de keuze ligt bij uw organisatie (bij een fonds: sociale partners en fonds); ik lever de onderbouwing met de blokproef, de kwartaalverandering en de standaardfout voor uw eigen maatmensen.
  • Een celvergelijking met uw tabellen en een verschillenlijst, plus het verschillenrapport ten opzichte van het vorige kwartaal.
  • De aannamelijst met de punten die uw akkoord nodig hebben, en een conceptvrijgavedocument voor uw actuaris.

U controleert zelf

  • De vingerafdrukken van DNB-bestand, configuratie, tabellen en leverbestanden.
  • De checkerrun bij uw pakketleverancier.
  • Een steekproef van cellen in uw eigen Excel of rekenkern.
  • Met het openbare controlepakket de toetsmethode voor de 36 uitkomstcellen van de bandtoets.

Afbakening. Eén regeling (FPR of SPR), één kwartaal en een vooraf afgesproken aantal profielen of lifecycles. Ik lees niet zelf in uw administratie in. Uw tabellen en gegevens blijven vertrouwelijk; ik publiceer niets zonder uw akkoord.

Doorlooptijd. De beoogde doorlooptijd is enkele werkdagen nadat de intake compleet is, de referentietabellen beschikbaar zijn en de methodekeuzes vaststaan. Tijdens de proef meten we de werkelijke doorlooptijd.

Prijs. Voor de proef spreken we vooraf een vaste prijs af. Die kunt u via de intake opvragen. Een prijsindicatie per regeling per kwartaal volgt na de eerste proef, op basis van de gemeten uren.

Integratie en beveiliging

Wat er tussen uw systemen en de rekenstraat gebeurt, op één plek.

Levering
Bestanden in het marktformaat van uw administratiesoftware, met JSON als bronformaat en desgewenst CSV.
Controle bij ontvangst
Elk bestand heeft een SHA-256-vingerafdruk. U controleert de release machinaal en activeert met een tweede paar ogen.
Koppeling met uw administratie
Ik lees niet zelf in uw administratie in. De organisatie die inleest, haalt de release op en legt de versie vast.
Gegevens en beveiliging
Uw tabellen en gegevens blijven vertrouwelijk; ik publiceer niets zonder uw akkoord. Welke gegevens worden uitgewisseld en welke beveiligingsafspraken gelden, leggen we vast bij de implementatie.
Uitbesteding
Uw organisatie beoordeelt welke DORA-verplichtingen van toepassing zijn. De informatie daarvoor lever ik aan. Zie uitbesteding en continuïteit.
6 · Uitbesteding en continuïteit: afspraken vóór de proef

Afspraken over levertermijn, overdracht en continuïteit leggen we vast vóór de praktijkproef. De beoogde levertermijn is binnen vijf werkdagen na publicatie van de DNB-set.

Uw organisatie beoordeelt welke DORA-verplichtingen op deze dienstverlening van toepassing zijn. Ik lever daarvoor de informatie over de dienst, gegevensverwerking, continuïteit en contractuele afspraken. DNB beschrijft de registerplicht voor contractuele overeenkomsten over ICT-diensten van derde aanbieders (zie de DNB-toelichting op het informatieregister); of en hoe die op deze dienst van toepassing is, beoordeelt u zelf. Een continuïteitsafspraak die pas bij de contractering ter sprake komt, is in elk geval te laat. Daarom leg ik dit vast vóór de eerste praktijkproef, en zeg ik er per onderdeel bij wat al staat en wat nog niet.

  • Levertermijn. Leverbestanden met voortoets en checkerrun binnen vijf werkdagen na publicatie van de DNB-set; voor 2026Q4 op dezelfde dag gehaald. De beoordeling door uw actuaris valt daarbuiten. gehaald op 2026Q4
  • Overdracht van code, werkmap en documentatie. De tweede rekenroute in Excel rekent dezelfde tabellen. Repository, procedure en documentatie maken de rekenstraat overdraagbaar aan een ander. werkt
  • Escrow of exitplan. Vastleggen waar de code en de documentatie staan en hoe u ze krijgt als ik wegval. in opbouw, onderdeel van de eerste proef
  • Afhankelijkheid van één persoon. Ik voer de rekenstraat nu zelf uit. Vervanging bij uitval moet daarom vooraf goed worden geregeld. Ik werk aan een tweede uitvoerder met een getest draaiboek. Het doel is dat die ieder jaar één kwartaal zelfstandig draait. in opbouw
  • Aansprakelijkheid en verzekering. In het contract, samen met vertrouwelijkheid, data-afbakening, bewaartermijnen, herstel en wijzigingsbeheer. Een concept ligt klaar, zodat uw uitbestedings- of inkooptoets niet bij nul begint. in te richten
  • Informatiepakket voor uw register. Wat de dienst is, waar de gegevens staan, welke functies ervan afhangen, wie de contactpersonen zijn. Op aanvraag. in opbouw

Dit is geen juridisch advies.

7 · Downloads

Zie ook de praktijknotitie over het aantal scenario's (versie 1.0), met de uitkomst van de vooraf vastgelegde controle op 2026Q4 en een openbaar controlepakket om elke tabel zelf na te rekenen.

Verdieping A · Waarom ik 20.000 scenario's als voorkeur hanteer, en 2.000 beschikbaar houd

20.000 scenario's als voorkeur, 2.000 blijft beschikbaar. Meer scenario's veranderen niets aan het pensioen zelf, wel aan de simulatieruis in de bedragen.

Hieronder de onderbouwing van wat hierboven staat: waarom 20.000 scenario's, wat er precies gemeten is, en de cijfers en methodekeuzes voor de actuaris. Alles op een fictief voorbeeldfonds met een flexibele premieregeling met vlakke premie, met peildatum.

Wat 2.000 is

Veel bestaande processen werken met de eerste 2.000 scenario's uit de DNB-set. Dat is praktisch als berekeningen in Excel moeten blijven passen, en het is het minimum dat DNB voor de communicatieberekening noemt. Het is geen technische grens van de rekenstraat: die verwerkt de gepubliceerde set van 20.000 rechtstreeks.

Wat meer scenario's wel en niet doen

Meer scenario's veranderen niets aan de regeling of aan de economische aannames, en dus niets aan het pensioen zelf. Ze veranderen wel hoeveel simulatieruis er in de bedragen zit.

En 100.000?

Ook die set kan de rekenstraat doorrekenen (één proef op 2026Q4, 27 minuten in plaats van enkele minuten). Voor vier fictieve maatmensen lagen de uitkomsten met 20.000 binnen ongeveer 0,5 procent van die met 100.000. Daarom zie ik 100.000 niet als vanzelfsprekende standaard. De opdrachtgever en de actuaris bepalen welke omvang en methode bij de toepassing passen.

Wat ik heb gemeten. De set van 2026Q3 is in tien blokken van 2.000 geknipt en elk blok is volledig doorgerekend voor dezelfde fictieve regeling. Voor dezelfde fictieve starter liep het verwachte jaarpensioen tussen die blokken 3 tot 4 procent uiteen, het slechtweerbedrag bijna 9 procent. Bij 20.000 is die spreiding ongeveer drie keer kleiner, zowel volgens de formule uit de toelichting van DNB als in de eigen meting. Bij de kwartaalwissel van 2026Q3 naar 2026Q4 was het effect zichtbaar in de richting van de verandering: plus 1,8 procent op de set van 20.000, min 0,1 procent op de eerste 2.000.

Waarom dat ertoe doet. Wie de scenariobedragen in UPO en portaal aan deelnemers en bestuur moet uitleggen, heeft met 20.000 een eenvoudiger gesprek: minder van de verandering is ruis. Daarom is 20.000 mijn onderbouwde keuze binnen de wet, en 2.000 een volwaardige variant voor wie daarop is ingericht. Wie met 2.000 rekent, gebruikt de eerste 2.000 scenario's uit de set, zoals DNB voorschrijft.

Twee kanttekeningen. De tien blokken zijn een onderzoeksproef op een fictief fonds, en de spreiding tussen blokken is geen foutmarge voor een individuele deelnemer. De machinetijd verschilt (minuten tegenover een kwart minuut), maar of de menselijke tijd voor controle en vrijgave verschilt, wordt pas in de praktijkproef gemeten.

Verdieping B · Wat er gemeten is, en wat nog niet

Wat er is gemeten aan rekenjuistheid, stabiliteit bij 2.000 tegenover 20.000 scenario's, doorlooptijd en levering, met per onderdeel de bron.

Vier onderdelen, elk met wat gemeten is, wanneer, op welke omvang en waar het bewijs staat. Een geslaagde test is een technische uitkomst, geen actuariële vrijgave.

Rekenjuistheid en reproduceerbaarheid

Technisch aangetoond, actuarieel nog te toetsen

  • Excel en de rekenstraat rekenen cel voor cel gelijk op 2026Q3 en, in drie combinaties, op 2026Q4 (24 oktober 2026). Dezelfde invoer geeft dezelfde vingerafdruk van de tabellen.

Aantallen, combinaties en sterftegrondslag: zie de verdieping voor de actuaris.

Stabiliteit, 2.000 tegenover 20.000

Aangetoond als eigen meting, met één afwijking van de verwachting; nog te toetsen door een actuaris

  • De kwartaalwissel van Q3 naar Q4 is getoetst aan zes banden die vóór de publicatie van de Q4-set waren vastgelegd: vijf gehaald, één niet. De banden zijn niet achteraf aangepast.

De zes banden met uitkomst: zie de verdieping voor de actuaris en versie 1.0 van de praktijknotitie.

Doorlooptijd en kosten

Deels aangetoond

  • De rekentijd op één gewone laptop is gemeten: seconden voor 2.000 scenario's, minuten voor 20.000. De uren en de doorlooptijd over het hele proces zijn nog niet gemeten; dat overzicht is het hoofdresultaat van de eerste praktijkproef.

Ik vergelijk niet met externe leveranciers: die cijfers zijn niet beschikbaar en ik schat ze niet.

Levering en governance

Technische levering en herleidbaarheid aangetoond; vrijgavestap nog in te richten

  • De bestanden van 2026Q3 en 2026Q4 komen door de checker van de pakketleverancier, goedgekeurd met één bekend signaal; één release is door twee afnemende toepassingen opgehaald en vastgelegd.

De checker toetst techniek, geen rekeninhoud.

Vergelijking met een openbaar rapport. De rekenstraat is vergeleken met aandachtspunten uit een openbaar rapport van een adviesbureau over beheerste uitvoering (2026): herleidbaarheid, ingebouwde controles, componentscheiding, functiescheiding, continuïteit. Dat is een vergelijking, geen certificering of goedkeuring.

Benchmark URM-rekenstraat · peildatum 24 oktober 2026

Wat de metingen van 2026Q4 laten zien

De URM-rekenstraat maakt de kwartaalberekening reproduceerbaar, vergelijkt twee rekenroutes, toetst leverbestanden en maakt afwijkingen zichtbaar. De actuaris stelt de regels en uitgangspunten vast en beoordeelt de uitkomst; de organisatie die inleest beslist over ingebruikname.

    Technische tests en een checkeruitkomst zijn geen productieacceptatie en geen actuariële vrijgave.

    aangetoond binnen de gemeten scope beperking of aandachtspunt nog niet gemeten vooraf vastgelegde band niet gehaald

      Verdieping C · Voor de actuaris

      De cijfers achter deze pagina, voor wie wil narekenen: de vooraf vastgelegde controle op 2026Q4, spreiding, standaardfout en de methodekeuzes.

      De cijfers achter de zinnen op deze pagina, voor wie ze wil narekenen.

      De controle die vooraf vastlag, en de uitkomst op 2026Q4

      Zes banden, vastgelegd in versie 0.4 van de praktijknotitie vóór DNB de Q4-set publiceerde (15 oktober 2026); gemiddeld over 36 uitkomstcellen (vier maatmensen, drie tabeltypen, drie percentielen). Indeling van het kwartaal: beperkte herijking (correlatie van het aandelenrendement 0,978). De banden zijn niet achteraf aangepast; de werkhypothese dat de herijking vooral in de rente zat, is niet getoetst.

      MaatPercentielBandUitkomstOordeel
      Verschil kwartaalverandering 2.000 en 20.000slecht weer0,3 tot 1,0 pp0,80binnen
      Verschil kwartaalverandering 2.000 en 20.000verwacht0,1 tot 0,4 pp0,61niet gehaald
      Spreiding tien blokken van 2.000slecht weer1,7 tot 2,5%2,09binnen
      Spreiding tien blokken van 2.000verwacht0,8 tot 1,2%0,94binnen
      Standaardfout bij 20.000 (formule 7 uit de DNB-toelichting)slecht weer0,5 tot 0,8%0,60binnen
      Standaardfout bij 20.000 (formule 7 uit de DNB-toelichting)verwacht0,25 tot 0,45%0,32binnen

      Spreiding en standaardfout

      • Tien blokken van 2.000 uit de set van 2026Q3: spreiding van het verwachte jaarpensioen van de fictieve starter 3,4 procent, slechtweerbedrag 8,8 procent; in 2026Q4: 4,1 en 9,2 procent.
      • De spreiding volgt de wortel van het aantal scenario's bij alle negen gemeten percentielen; de standaardfoutformule uit de DNB-toelichting voorspelt 2,0 en 1,1 procent, gemeten 2,1 en 1,0 procent.

      100.000 en rekentijd

      • De set van 20.000 ligt voor alle vier maatmensen binnen 0,5 procent van de door DNB gepubliceerde set van 100.000; de eerste 2.000 tot 3,8 procent ervandaan (meetverslag 16 oktober 2026; 100.000 in 27 minuten, piekgeheugen 1,5 GB).
      • Deze proef draaide met de productie-instellingen van 2026Q4 (AG2026), niet met de onderzoeksinstellingen van de bandtoets. De vergelijking tussen 2.000, 20.000 en 100.000 onderling blijft daardoor bruikbaar, maar zij is geen uitbreiding van de bandtoets.
      • Rekentijd op één laptop (Intel i7, 32 GB, geen cloud): 2.000 scenario's en negen tabellen 16 tot 28 seconden; 20.000 scenario's 3 tot 7 minuten, vijftien tabellen 11 minuten (september en oktober 2026).

      Twee implementaties, cel voor cel

      • Vaste referentietoets bij elke wijziging van de rekenkern: 624.282 cellen tegen de Excel-referentie, 0 afwijkingen (laatst gedraaid 24 oktober 2026).
      • Excel en de rekenstraat op echte DNB-scenario's: 2026Q3 met 2.000 scenario's (18 september 2026) en 2026Q4 in drie combinaties: 2.000 met interpolatie, 20.000 met interpolatie en 2.000 met de gesorteerde methode (24 oktober 2026). Per vergelijking 561.816 cellen, 0 afwijkingen bij tolerantie nul. Niet getoetst: 20.000 met de gesorteerde methode in Excel.
      • Sterftegrondslag in deze vergelijkingen: AG2024 aan beide kanten; de productieset van 2026Q4 rekent met AG2026. De Excel-route rekende de 20.000 met interpolatie in 21,5 minuten, de rekenstraat in enkele minuten.

      Methodekeuzes die bij u liggen

      De vraag die een actuaris als eerste stelt: welke keuzes maakt de bouwer die eigenlijk de mijne zijn? Deze, elk met het gekwantificeerde effect in de aannamelijst. Zonder uw vastgelegde oordeel blijft de set concept.

      • Percentielmethode: interpolatie of de gesorteerde uitkomst (één scenario per percentiel, zodat bedrag, inkoopprijs en scenario bij elkaar blijven).
      • Sterftegrondslag: prognosetafel en cohortprojectie (productieset 2026Q4: AG2026; vergelijkingen: AG2024).
      • Inkoopgrondslag en de opslag voor het partnerpensioen.
      • Kosten in de opbouw- en de uitkeringsfase.
      • Loonopslag op de premiegrondslag: in de sets tot en met 2026Q4 0,5 procent; voor nieuwe configuraties vanaf 2027Q1 standaard nul, tenzij anders overeengekomen. Bestaande sets worden niet aangepast.
      • Staffelfactor in de toepassing bij een progressieve premie (onderdeel 1).
      • Aantal scenario's: 20.000 als voorkeur of de eerste 2.000, als gedocumenteerd besluit.

      Aantallen scenario's per toepassing, volgens DNB

      Nagekeken op de DNB-pagina over de scenariosets bij de Wet toekomst pensioenen (28 oktober 2026). DNB noemt daarbij de artikelen; de wetstekst zelf heb ik niet geciteerd.

      ToepassingAantalSet
      Berekening voor communicatiedoeleinden onder de uniforme rekenmethodiek (de scope van de rekenstraat)minimaal 2.000economische scenario's (P-set); bij minder dan de hele set: de eerste N uit de set
      Scenario-analyse onder de uniforme rekenmethodiek10.000economische scenario's (P-set)
      Netto profijtminimaal 10.000risico-neutrale scenario's (Q-set)
      Vba-rekenmethodiek bij invarenminimaal 20.000risico-neutrale scenario's (Q-set)

      DNB publiceert sets van 20.000 (xlsx) en 100.000 (csv). Boven het minimum kiest de pensioenuitvoerder zelf (bij een fonds: sociale partners en fonds); 20.000 is dus een onderbouwde keuze, geen norm. Het risicohoudingsonderdeel van het invaarsjabloon staat niet in deze tabel; DNB noemt daarvoor een P-scenarioset, en die berekening valt buiten deze levering.

      Levering en checker

      • Checker van de pakketleverancier op 2026Q3 en 2026Q4: structuur, formaat, jaarcode en samenhang correct, goedgekeurd met één bekend signaal dat de leverancier als signalering heeft aangemerkt; voor 2026Q4 in beide methoden, zes bestanden (17 september en 24 oktober 2026).
      • Eigen voortoets van 46 controlepunten op beide Q4-leveringen: 45 keer in orde en één informatieregel, omdat de variabele-uitkeringstabel geen kolommen met de inkoopprijs bevat (24 oktober 2026).
      • Eén release in de releaseketen: manifest met SHA-256 per bestand, opgehaald en vastgelegd door twee afnemende toepassingen (17 oktober 2026).

      Bronnen: praktijknotitie versie 1.0 en het openbare controlepakket (celwaarden per scenario van 2026Q3 en 2026Q4 en de narekenscripts), de kwartaalrapportages 2026Q3 en 2026Q4 in de downloads, en het technische bewijsdossier met testuitslagen, vergelijkingslogs en checkeruitslagen (op aanvraag). Een technische kruiscontrole en een checkeruitkomst zijn geen actuariële validatie en geen vrijgave.